Nieuwehorne - 6 km

Ketliker Skar


Al laat in de middag parkeren we de auto naast de Schoterlandse weg bij een van de weinige ingangen van het Ketliker skar. Vanaf de parkeerplaats leidt een lange rechte laan naar een bruggetje met een klaphek. Het Ketliker Schar is grotendeels omrasterd in verband met de Schotse hooglanders die het gebied begrazen.

We besluiten eerst de westelijke kant te lopen want het zonnetje schijnt nog een beetje en dan pikken we die stralen nog even mee bij het open stuk. Hier ligt ook het rolstoelpad van 2,5 kilometer. Bij de eerste kruising gaan we rechtsaf. De vorige keer dat we hier waren stonden hier twee herten onder de dennenbomen. Toen we ze ontdekten liepen we voorzichtig wat dichterbij, ze waren duidelijk gewend aan de aanwezigheid van mensen. Daarna hebben we elkaar zo’n tien minuten staan aanstaren waarbij je je gaat afvragen wie nu wie bekijkt. Het bleek om damherten te gaan, een aanwezige diersoort waar de meningen over verdeeld zijn. Enerzijds wordt er gesproken dat het beter is de dieren te laten verdwijnen, anderzijds hoeven ze geen probleem te vormen indien de groep maar niet te groot wordt.

Bijna aan het einde van de lange laan is er aan de rechterkant een open stuk. Een waterplas met nog nauwelijk begroeing er om heen lijkt hier nog niet lang te zijn. Aan de noordkant loopt slingerend een geultje weg. We kunnen niet goed bekijken waar het naar toe loopt en of dit water aangesloten is op andere plassen. In het laatste stuk van de laan staan allemaal kastanjebomen. Tamme kastanjes die al in hun stekelige jasjes naar beneden zijn gevallen en wilde kastanjes die in hun bruine glimmende pracht duidelijk opvallen tussen de half vergane bladeren. We proberen een tamme kastanje maar bah, die zijn vies. Later horen we dat het vliesje er eerst af moet want dat geeft die nare smaak en dat ze rauw maar zeker gekookt heerlijk zijn.

Aan het eind van het lange bos steken we de ruilverkavelingsweg Tjongervallei over naar de uitkijktoren. Boven aangekomen wacht ons het geweldige uitzicht op de Tjongerdellen. Het lijkt wel of de oorspronkelijke vorm van de nu gekanaliseerde Tjonger nog te zien is. Er zijn ook een aantal sloten die vol staan met riet. Beneden staan picknicktafels maar het zijn uitsluitend nog kleine vogeltjes die de laatste kruimeltjes op pikken.

We gaan langs een andere lange laan weer terug. Het verhaal gaat dat vroeger wanneer de freule ging wandelen de werkmannen in het bos uit het zicht moesten zijn zodat zij optimaal kon genieten van het bos. Hier groeide ook het pijpestrootjesmoederkoren een giftige paddestoel. Deze werd in de Middeleeuwen weleens vermalen met het brooddeeg om iemand te vergiftigen. Het doet me denken aan hoe wij de natuur ontgroeit zijn. Vroeger hadden zoveel meer mensen kennis van wat de natuur te bieden had en uiteraard ook in goede zin!

De vorige keer dat we in het Ketliker Skar waren vonden we in deze laan verse hooglandervlaaien. Hoe verder we liepen hoe verser. Aangezien ik niet bepaald een liefhebber van Schotse hooglanders in een wandelgebied ben, ik vind ze ronduit ontzagwekkend en er woest uitzien, was ik ook niet erg blij om ze in de verte te ontdekken. Ze stonden midden op het pad en een kalf lag rustig langs de zijkant. Omdat ik weleens gehoord had dat moederinstinct weleens tot wat onrust kon leiden stelde ik voor om maar een pad naar links te nemen maar het was nog minstens tweehonderd meter werd er geprotesteerd. Uiteindelijk zijn we midden door een open stuk naar een andere laan gelopen waarbij ik steeds achterom keek of ze niet wild rennend met hun imposante horens achter ons aan kwamen. Een fantasie gevoed door angst want ze keurden ons geen blik waardig.

Maar nu met geen hooglander in zicht loopt het lekker relaxed. Het bos begint rustig aan de herfst. Vanwege het warme nazomerweer kleuren de bomen maar langzaam naar hun herfsttooien. We bewonderen het stenen kunstwerk van Anne Woudwijk waar wolven op staan. Zowel in Olterterp als in de Lindevallei zijn ook beelden van wolven te vinden. De beelden liggen op één lijn en zo overbrugt het geluid van huilende wolven, signaal van onraad, de afstand tussen de stenen die allen in natuurgebieden van It Fryske Gea staan. Een symbolische waarschuwing voor onze omgang met de natuur.

We lopen de laan af en komen aan het einde van het bos. Vroeger waren hier maar liefst 130 bewoonde rode bosmierennesten. Wat een gekrioel moet dat zijn geweest. Helaas zijn ze er niet meer en daarmee is ook een prachtige vogel, de groene specht verdwenen. De eeuwige cyclus van het veranderde landschap waarin soorten verdwijnen en andere verschijnen.

We weten uit ervaring dat het heidegebied ook prachtig is maar de tijd is vandaag te kort. Het is echter beslist geen straf om hier nog eens terug te komen, er is meer dan alleen het bos. Ook de Marijkemuoidobbe willen we nog ontdekken.

Met onze vieze wandelschoenen stappen we weer in de auto en rijden het statige landgoed af. Geen wandelende freule of jagers van weleer komen ons tegemoet. Toch heeft het Ketliker Skar ons vandaag een kijkje gegund in de geschiedenis, als je maar wilt kijken!

Ketliker Skar

de wandeling
achtergrondinformatie
foto's
routekaartje











Uitgelezen?

neem een proef-abonnement op een blad>