informatie Alde Feanen
It Wikelslân en Reid om’e Krite maken onderdeel uit van natuurgebied de Alde Feanen dat bij Eernewoude ligt. De start van de wandeling is bij de Reidplûm, werkschuur van It Fryske Gea (inmiddels gesloten). In het dorp staat een wegwijzer naar de Reidplûm. Het is een laagveenmoerasgebied dus hoge schoenen of laarzen zijn bij het wandelen wel handig vanwege natte stukken. De route is te volgen via de rode paaltjes maar op de folder, die verkrijgbaar is in het bezoekerscentrum (Koaidyk 8a, Earnewald) wordt deze inzichtelijk en kunt u uw eigen route bepalen. Er is een uitzichtpunt, een kijkhut en een kijkscherm. Bankjes zijn er voldoende. Aan het begin van de route is het ooievaarsstation It Eibertshiem (eibert = ooiveaar).

geschiedenis Alde Feanen
Natuurgebied de Alde Feanen kent een rijke historie, er is veel over bekend. It Fryske Gea kocht het eerste deel van het gebied, Prinsehôf, voor
f 16.000,-- van een theeplanter op Java. Vroeger leefden hier mensen op terpen en later op een zandhoogte, tegenwoordig de plaats Eernewoude. De eerste bewoners die permanent bleven leefden van wat het land te bieden had. Turf werd voor eigen gebruik afgestoken en gedroogd. Men leefde van de jacht en de visserij en had vaak een beetje vee. Halverwege de 18e eeuw kwam de turfindustrie op gang. Een kaalslag voor het veengebied dat veranderde in land met grote petgaten en als de ribben te smal werden zorgden weer en wind voor grote plassen. Aan het einde van de 19e eeuw werd het mogelijk om het gebied op bepaalde delen een agrarische doel te geven. Door kade’s rond boezemlanden te maken ontstonden er zomerpolders (land dat zomers droog is en ’s winters nat) die bemaald konden worden. Later, na de Tweede Wereldoorlog, is er door de agrarische revolutie veel veranderd. In plaats van veel kleine boerenbedrijfjes met weinig vee ontstonden er minder maar grotere boerenbedrijven. Moderne technieken, zoals kunstmatige inseminatie, de opkomst van de computer, aansluitingen op stroom en water maakte dit mogelijk. De natuur staat nu echter centraal. Er wordt gestreefd naar een goede synergie tussen natuurbehoud en -ontwikkeling enerzijds en de belangen van boeren, bedrijven en van recreatie anderzijds. De Alde Feanen is een natuurgebied met de status van Nationaal Park en Wetland.

Wikelslân en Reid om 'e Krite
Het Wikelsân is een nat gebied, het bestaat uit elzenbroekbosjes, rietvelden, petgaten en stripen. In 1997 begint It Fryske Gea met natuurontwikkeling in het Wikelslân. Verruigd grasland verandert in petgaten en stripen en er komt een grote ondiepe plas. Zo krijgen moerasplanten en diersoorten die hier vroeger leefden, zoals roerdomp en krabbescheer, weer een kans.
Ook is er werk verricht in Reid om ‘e Krite. Er werd in 1993 een verhoogde perceelstrook aangelegd, de bemaling werd gestopt en het moerasgebied kwam tot ontwikkeling. Al gauw werd het een thuis voor beschermde vogelsoorten zoals waterral en blauwborst terwijl kikkerbeet met lieflijke kleine witte bloemetjes het wateroppervlak versiert.

paddestoelen, baardmannen en groeneglazenmakers

In het Wikelslân treft men een hoop zwammen aan zoals de berkenzwam en de greppelmelkzwam in het elzenbroekbos. Veenmosgrauwkop en vlokkig veenmosklokje op het veenmos en langs het houtsnipperpad staan bruine bekerzwam en het gestreept nestzwammetje.

Het baardmannetje is een moerasvogel en leeft vooral in het riet. Hij dankt zijn naam aan de baardstreep die verticaal onder het oog loopt. ’s Zomers doen zij zich te goed aan insecten en ’s winters eten ze zaden. Om die zaden te kunnen verwerken verandert hun maagwand, deze wordt gespierder en steviger. Als de winters erg koud zijn en zaden bijvoorbeeld door sneeuw onbereikbaar worden, kan de populatie sterk afnemen. Maar in de zomer kan het baardmannetje zeer productief zijn, indien nodig komt het zelfs tot vier legsels!

De groene glazenmaker is een vrij grote libel. Ze zijn zo rond de zeven centimeter. Bij de mannetjes is alleen de zijkant van het borststuk groen terwijl bij vrouwtjes de ogen en de vlekken op het achterlijf ook groen zijn. In Nederland is deze libel de enige die haar eitjes uitsluitend in krabbescheer afzet, vlak onder de waterlijn en dan moet het krabbescheerveld ook nog een bepaalde dichtheid bevatten en niet te voedselrijk zijn. De eitjes komen na de winter in mei uit. De larven leven in het water tussen de bladeren van de krabbescheer en overwinteren daar ook. Pas de tweede zomer, in augustus, klimt de larve op een krabbescheerblad en ontpopt zich tot een libel.


bron o.a. folder It Wikelslân, It Fryske Gea.
Boek de Alde Feanen, schets van een laagveenmoeras, Friese Pers Boekerij Leeuwarden, onder redactie van Sietske Rintjema, Theo H.L. Claassen, Halbe Hettema, Ultsje G. Hosper en Eddy Wymenga.

Alde Feanen

de wandeling
achtergrondinformatie
foto's
routekaartje
filmpje


Karakteristieken
Riet, petgaten, elzenbroek-bossen, trilvenen, blauwgras-land, dotterbloemhooiland, plassen, weidevogelgrasland en schraalland.

Bijzonderheden
Nationaal Park en Wetland.

Grootte Alde Feanen
2.280 ha.

Ligging
Bij Eernewoude.

Toegankelijkheid
Vrij wandelen over wegen en paden.

links

It Fryske Gea
Bezoekerscentrum
It Eibertshiem
Alde Feanen
veenmosgrauwkop
bruine bekerzwam
baardmannetje
groene glazenmaker

Uitgelezen?

neem een proef-abonnement op een blad>